aard'worm, m. (-en), 1. de gewone pier of worm (
Lumbricus Terrestris);
- 2. (fig.) naam voor de mens als nietig, machteloos of ellendig schepsel, inz. tegenover
het Opperwezen; - 3. in het mv. in de nat. hist. de naam voor een klasse van in de
grond levende wormen (
Olygochaeta);